Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
Te DE GROMMER.
vermeerderen , en hen onfchuldige genoegens te ver-
fchaffen. Hy zoekt voor zich zeiven geene vreugde;
hy ontvvykt de verblyfplaatfen van genoegen; hy voor
zich blyft altyd in zyne fombere eenzaamheid; dien
volgends wil hy ook aan anderen zulken levenstrant
opdringen, en hen geene uitfpanningen en ve»ftrooi-
jingen toeftaan.
Zulk een knorrig beftaan is derhalve, al ware het
op zich zelf zoo ondeugend niet, evenwel, uit hoof-
de van deszelfs onvermydlyke gevolgen, zeer te vlie-
den. Al wilde men niet in aanmerking nemen , dat
het den mensch zeiven voor alle vreugde en genoe-
gens onvatbaar maakt; zoo ftoort het evenwel alle
geluk en genoegen van den genen, met wien zulk een
grommer omgaat; zoo vervoert het dezen tot meeni-
gerlei onregtvaardigheden en beleedigingen jegens an-
deren ; en maakt het hem zeiven onbekwaam, om
zyne pligten behoorlyk te vervullen. Leelyk is het
waarlyk, dat de grommer zich zeiven gemeenlyk,
in zyn fomber en zwaarmoedig beftaan, wel gevalt:
maar hy, die eenmaal , het geen evenwel voor elk
redelyk mensch doenlyk is , zich levendig de kwade
gevolgen van zulk een beftaan heeft voorgefteld, die
zal het ook gewislyk willen afleggen, en dit ook kun-
nen doen, als hy het ernftig wil. Want zulks is niet
TA'aar. Wanneer, naamlyk , geene zvvaklyke ouder-
dom , zieklykheid , of tegenfpoeden , zulk eene ge-
moeds neiging voordbragten, dan ontfpruit zy gemeen-
lyk uit eene te groote gevoeligheid, en een zwart
dik bloed. En daar gcftadiger beweging en verftrooi-
jing deze oorzaak zeker weg nemen , zoo zal, on-
der die kuiff, vast ook zulk eene knorrige geaaid,
heid, als het gevolg , van zelf verdwynen.
XXII.