Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
de betweter.
om, wylmen, geen oogenblik, voor beleedigingen vei-
lig is. Ydelheid en hoogmoed zyn gemeenlyk de bron-
nen van deze verkeerdheid, en dikwyls ook flechts
eene zekere disputeer zucht, waaraan men, in den
beginne, te veel toegegeven heeft. Het geen alzoo
die neigingen onderdmkt, dient ook tot verzwalvking
van den geest, waar door de betweter wordt bezield.
En wat is hier toe beter berekend, dan herhaalde be-
fchaming. Nu kost het ook niet veel moeite, om den
betweter deze op het lyf te jagen , daar men hem ,
in de hitte van den flryd, gemaklyk tot de gekile
en ongerymdfte ftellingen verleiden kan.
XIV.
DE GROMMER»
Zulk een mensch herkent men géreedlyk aan zyn ge-
laat. Een eeuwig donker en zuiu-uitzigt, dat nimmer,
door eenen vriendlyken lach, opgehelderd wordt; maar
zich altyd gelyk blyft; wat hy ook doen of fpreken
moge, onderfcheidt hem van anderen. Met dezelfde
ernftige en duistere gelaatstrekken, en op denzelfden
treiungen toon, waarmede hy van een ongeluk fpreekt,
dat hem bejegend is, of waarmede hy eenen ander
zyn beklag en medelyden betuigt, gewaagt hy mede
van de vreugde zyns levens, en wenscht hy zyne
naaste bloedverwanten ook geluk met eene blyde ge-
beurdtenis. Men hoopt, hem een genoegen te ver-
fchaffen, en zyn hart te vervrolyken , als men hem
berigt brengt, dat hem eene ryke ervenis ten deele
gevallen is ; maar naauwlyks kan hy van zich ver-
krj'gen, ons daarvoor te danken , en aanflionds keert
hy tot zyn knorrig beftaan te rug, dat hem, in al
5rvn doen en laten , verzelt.
Wan-