Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
©e BETWETER.
75
hy fpoedig op, dewyl hy de zwakheid van den an-
der merkt, en inziet, dat het een dwaas wezen moet,
die zou mogen willen ondernemen, om hem van zyn
begrip af te brengen. Nu befchouwt onze betweter
dit zwygen van een fchranderen tegenfeever als eene
bekendtenis , dat dezeh'e zich niet langer tegen zyne
treffende bevvyzen verzetten kan. En zegt dezelve mis-
fchien : gy moet gelyk h'bben ! Dan zege' iert hy
openlyk, en verkondigt zynen vemeenden triunif, op
een juichenden toon, aan elk, die hem ontmoet.
Erg is de toeftand van een derden, op wiens uit-
fpraak hy zich beroept, en wien hy als fcheidsman
mede in het gefchil zoekt te betrekken. Want wan-
neer deze hem geen gelyk geeft, het geen zelden,
zonder krenking der waarheid, kan worden gedaan,
dan verlaat hy zynen eerften tegenftrever, en valt nu
den laatften, met alle onftuimigheid, op het lyf. E-
ven eens maakt hy het, als men hem eens een boek
voorlegt, waar in zyn begrip ronduit wordt tegenge-
fproken. Hy befchimpt den fchryver, al ware dezel-
ve ook de geleerdfte en eerwaardigfte man, in de
laagfte uitdrukkingen, en verklaart hem voor den groot-
ften domkop , die ooit geleefd heeft.
Is het nu reeds onaangenaam , met een betweter
flechts in redentwist te geraken: men is nog meer te
beklagen , wanneer men, in een geregtlyken 'ftryd ,
met hem ingewikkeld wordt. Hier zal hy dikwyls
tot onregtmatige , of, immers , tot niet zeer edele,
middelen toevlugt nemen , oin het proces te winnen?
hy zal het, ten minfte, trachten te rekken, tot
dat zyne party het, uit verdriet, niet langer voord-
zetten wil; hy zal alle mooglyke chicanes te baat
nemen, en al zyne have en goed in de waagfchal zet-
ten. Ja dat alles geem verliezen, als hy flechts ein-
delyk , door regt of onregt, den ftryd mag vs^innen.
De betweter is dan een dlerverdrietigst mensch in een
gezelfchap; en die hem kent, gaat ciet geem met hem
om.