Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
BB BETWETER.
-niet; ik wil het maar niet hebben; gy moet my
niet tegen/preken. Natuurlyk wordt hy, dieswege,
door een iegelyk uitgelagchen : maar hier door laat
hy zich niet verbysteren, noch weerhouden, om.,
by de naaste gelegenheid , wederom even het zelfde
te doen.
Zoo min hy, intusfchen, tegenfpraak van ande.
ren verdragen kan; zoo ^em veroorlooft hy haar aan
zich zeiven. Men mag zeggen , wat men wil, hy
heeft er iets tegen in te brengen ; al llelde hy zich
daar door ook in gevajfr, om de gek fte dingen te be-
weren. rEn hy ftelt zyne tegenbedenkingen niet, op
den befcheidenen toon des twyfelaars, voor , maar
zoo beflisfend , als of het gansch onwraakbare waar«
heden waren. Geem verfchanst hy zich daar by ach.
ter zulke ftellingen als de volgende: het is ecne aU
gemeen bekende zaak. Hieromtrent is men het,
in onze dagen volkomen eens. Of hy dmkt zidh
zelfs , op eene beleedigende wyze , uit: hier aan
kan geen redelyk mensch langer tw)felen. Men
moet onzinnig zyn, om zoodanig iets te bewe-
ren. Die zoo fpreekt, moet in het geheel geen
menfchen verfland hebben , enz.
Iets gewonnen te geven, is hem bykans onmogè-
lyk. Liever \lryft hy de zaak tot het uiterfte, ftoort
het genoeger^^ an een gansch gezelfchap , en maakt
zich een ied^ tot vyand. Alles, wat men hem to6-
fpreekt, is vmchteloos. Men mag hem nog zoo dik-
wyls vermanen , om den ftr^'d toch onbeflist te la-
ten , en zich te vrede te ftellen; hy zet den twist
des niet tegenftaande, gedurig voord, en wil den-
zelven , tot aan het uiterfte einde , gevoerd hebben.
Welk einde kan dezelve intusfchen hebben ? Is par-
ty even zulk een betweter, dan vereenigen zy zich
nimmer, en zullen zy eeuwig met eikanderen dispu-
teren , zoo men hen niet met geweld fcheidt. Is par-
ty in tegendeel fchranderer en toegevender, dan houdt
hy