Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
deKOMPLIMENTMAKER. 63
kanderen, wie het eerfte fpreken zal, dat zy einde-
lyk beiden \ergeren hebben, wat zy wilden zeggen.
Meenige fpreekwyze komt by den komplimenmia-
ker gedurig tenig. En men kan geen half uur met
hem fpreken, zonder haar wel tienmalen te moeten
hooren. Hy waagt het niet, om eenig lid van zyn
ligchaam te noemen, zonder telkens daar by te voe-
gen;' nh ik het z-ggen mag! En hy geraakt half
in vertwyfeling, warneer hy dit byvoegfel eenmaal,
uit overyling, weggelaten heeft. Een durf ik vra-
gen? wordt telkens vooruitgezonden , eer hy naar
iets verneemt. Met verlof! Ouder reverentie! Par-
donneer my! Ik vraag ootmoedig excus! en dier-
gelyke uitdrukkingen zyn in zynen mond beftorven.
Alle regelen der ftrengfte etiquette neemt hy, op
het naauwkeurigfte, in acht, ja dryft die zelfs tot ui-
terften. Als hy in een gezeüchap verfchynt, houdt
hy de uitgetogene handffchoen van de eene hand in
de andere, om de bloote hand overal, waar het noo-
dig is, te kunnen toereiken, en gebruiken. Het zou,
in zyaie oogen, eene doodzonde wezen, als hy ie-
mand den rug tpekeerde. Dies volgends is hy in ee.
ne geftadige beweging, om die zonde niet te begaan.
Heeft hy een kop koffy of thee gedronken, aanftonds
legt hy den lepel daai'over heen. Evenwel laat liy
zich vinden, om nog eenige kopjes te drinken, als
men hem dezelven infchenkt. Gaat hy met iemand
over de ftraat, die van even den^ielfden ftand is, zoo
moet deze altyd aan de hooger hand gaan. Mist hem
dit, misfchien, in den aanvang, dan fpringt hy on-
verwacht achter denzelven om, zoo dat men dikwyls
in het geheel niet weet, wat hy begint, als iemands
gedachten niet juist op zulke aiTozalige gekheden
vallen.
Gelyk als hy intusfchen jegens anderen vol van
ceremonien en komplimenten is, zoo is reeds gezegd,
dat hy dezelven ook van hen terug verwacht. Hy
zal