Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BOKACHTIGE.
57
daaruit blykt, dat hy zich vry geraakt betoont, als
iemand hem met gelykc munt betaalt. De ongeflepe-
ne lomperd maakt zich doorgaands flechts belachlyk;
maar de onbeleefde bok beleedigt anderen beftendig
door zyne lompheden.
Met den hoogmoed, die de eigenlyke bron van
deze zedelyke verkeerdheid uitmaalvt, is, by den
bokachtigen, byna altyd, op eene vry zonderl'nge
Avyze, eigenbaat, en zekere laagjenkendheid, veree-
nigd. Hy bezigt zyne lompheden enkel jegens zjtis
gelyken; en jegens lieden, wier ftand beneden den
zynen is, en dit zelfs alleenlyk dan, wanneer hy
van hen niets te wachten heeft, of zy geheel afhang-
lyk van hem zyn. Jegens hoogere ftanden, en je-
gens lieden, die zyne belangen op eenige wyze kun-
nen bevorueren, is hy kruipende, ei; flaat zyne be-
leefdheid evenzeer tot uiterften over, als zyne onbe-
leefdheid jegens de eerstgemelden. Zeer zelden vindt
men een bok, die altyd lomp is, en dat onderfcheid
niet in acht neemt.
Komt nu ie and by hem, wden hy niet meent te
behoeven te. ontzien , dan maakt hy geene de minfte
beweging, om van zynen ftoel op te ryzen, offchoon
de ander zulk een bewys van achting met regt vorde-
ren kan, maar blyft gerusdyk zitten, ja noodigt den
ander zelfs niet eens, om plaats te nemen. Wat 6e-
lieft u? is zyne gewone aanfpraak, en dat gaat
wy met aan, ik kan ni'.'t, het geheele andwoord
op alles, wat flechts van ven'e aan een verzoek ge-
lykt. Hv moet al heel wel gehumeurd wezen, zoo
hy den bezoek-gever op eenen ftoel by de dem-laat
zitten. En dan maakt hy zelfs geene zwarigheid,.om
midden onder het gefprek plotsling op te fpringen,
zonder eenige verontfchuldiging uit de kamer te loo-
pen, en den gast een half uur alleen te laten. Wan-
neer dezelve affcheid neemt, is er aan geen uitgelei-
de te denken.
D 5 Ee-