Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
48 CE VOORBARIGE WEETAL
van pyn te fchreijen. Wat is daar toch in dien
lorf ? vi-aagt hy zyne moeder. Daar is immers een
geweldig leven in — Laat gy den korf maar
Jïuan\ Dat zyn kreeften. 'last daar niet in!
Naauwlyks heeft zyne moeder hem den rug toege-
keerd, of hy opent den koif, tast daar in, en oo-
genbliklyk hangt een groote kreeft aan zynen vinger,
en nypt hem dezelve zoo, dat hy de linait eenige
dagen lang gevoelt.
Dikwyls begeeft hy zich, uit enkelen moedwil, in
klaaiblyklyk gevaar, en wordt een waaghals. Hy
klimt op de hooglle boomen tot in den lenigen top ,
om heel ver rond te kim; en zien, en aan zyne fpeel-
kameraden te roonen, dat hy hart heeft. Wanneer
een ti'oep van koordedanzers en luchtfpringers himne
kunften eens in zyne nabum'fchap vertoont, zoekt hy
het hun welhaast na te doen. Hy fpant een koord in
huis of in den tuin, en bedenkt niet, dat hy by ee-
nen val, die meer dan waarfchynlyk is , een arm of
been , ja zelfs wel den hals , breken kan. Dus .'er-
maakten zich, onder anderen , eenige knapen met
het volgende dolle Ipel, Zy kropen, op het erf \ an
hunnen vader, achter een ftier, gingen aan zynen
ftaart hangen, en prikkelden het dier dan met eenen
fcherjien rtok , dat het woedende werd, zich als een
tol ronddraaide, en hen zoo geweldig rondflingerde ,
dat hen hooren en zien verging, tot dat zy , einde-
lyk , een gunfhg tydftip waarnamen , plotsling ter
zyde affprongen, en zich, op ec e veilige wykplaats,
by de fchuur bergden. De zoon van zekeren toren-
wachter pleegt dikwyls , op de leuning van den om-
gang des torens rond te wandelen. Ook plaatfte hy
zich op de pypen , die aan de hoeken van den toren
uitftaken , om het water af te leiden. Twee andere
knapen klommen op een toren , en ttaken uit een ven-
Her eene plank, op welks buiteneinde de een klom,
<5m een fpreeuwen nest weg te nemen, terwyl ue an-
der