Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BLOODE.
41
En het gefprek is aanftonds uit. Zoo ah ik hoor,
fpeelt gY klavier meefterlyk/ Dus vraagt ie-
mand hem. Eene ftomnie buiging is zyn andwoord.
Een ander nadert hem, en zegt: de fchoone teeke-^
ning van uwe hand, welke ik dezer dagen zagy
bewyst^ dat uw talent^ voor die kunst niet gem
meen is. Och! — ik bid ootmoedig — ftamelt hy,
hy buigt zich andermaal ten diepfte; en dan geen
woord meer, dewyl hy beducht is, om iets onbe-
leefds, of ongerymds, voord le brengen. Na meer
pogingen van dien aard, wordt men het eindelyk moe-
de, om zich met hem in eenig gelprek in te laten.
En, nu vangt hy aan, om met zyne vingeren, of
zyne horologie ketting, te fpelen, en zich op het
erbarmlykfte te vervelen.
Nu moét hv nog een bedryf doorworftelen, waar-
aan hy reeds vooraf met fchrik denkt. Ondanks itlle
tegenftribbeling , moet hy des avonds blyven eten.
By het berigt van de \ricndlyke gastvTouw, dat alles
gereed is, dringt hem eene kille huivering door het
gebeente; terwyl de overige gasten vrolyk en lustig
zyn, om bonte lyen te ihaken, neemt elk mansperfoon
eene Dame by de hand, en leidt haar naar de eet-
zaal: maar de bloode, die byzonder befchroomd voor
Dames is, waagt dit niet. Hy knüpt, zoo ftil als
mooglyk , in eenen boek, om ten laatfle alleen te
gaan. Des gasthecrs dogter, een lief vrolyk meisje,
erbarmt zich nogthands over hem. Zy biedt hem
fchertfende haren arm, en fleept hem zoo half ge-
dwongen met zich voord. Het is ver, dat de alge-
meene vreugde, die aan tafel heerscht, hem anders
ftemmen, en zyne bloodigheid verdiyven zou. Veel-
eer wordt hy, door de kleene onfchuldige boerteryen,
waarmee de gasten eikanderen plagen, flechts nog
befchroomder gemaakt. Toevallig is, by het tafel-
dekken, vergeten, een lepel voor hem neer te leg-
gen. Om hem henen zyn reeds alle handen in be-
C 5