Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 DE DRIESTE EN NEUSWYZE.
laten vallen. Een vry bejaai'd man vroeg hem, hoe
oui hy was? zoo oud nog niet als gy! was zyn
andwoord. Toen zyne ouders eindelyk zagen, dat
de meefte gasten, over de tegenwoordigheid van
dien neuswyzen boef, misnoegd werden, wai-en zy
zoo verftandig, dat zy hem, in alle llilte, weg-
Ichikten.
Maar bezwaarlyk zullen zy hem verbeteren. Want
hy heeft reeds \ an ratuur eenigen a;inleg tot domme
driestheid, en dezelve is door al te groote toege-
vendlieid , in zyne kindfche jaren , zeer verfterkt.
Byna is het te \ rcezen, dat hy dien verkeerden plooi
in zyne jongelingfchap, ja nog larger, behouden,
en dezelve alsdan \oor anderen nog onverdraaglyker
worden zal; aangezien men denzelven alsdan niet
langer als een kinderlyk onverfland zal kunnen ver-
cntlchuldigen, Zulk een jong mensch loopt overal
reüt toe, en dringt voorv\aait, waar hy befcheiden
wachten en teriig treden moest. Hy ipreekt op de
beflisfendfte wyze o\er alles, wil alles beter weten,
dan anderen, en mengt zich in dingen, die hem
niets ter wereld raken. Hy wil iemand, die juist
niet onder zyne raafte bekenden gerekend worden
kan, een bezoek geven, maar 1'chikt zich niet naar
den tyd, welke dezen het gclegerfte is, offchoon
hy dien v.el v\eet. Eer hy aan de huisdeur koomt,
kykt hy van buiten door het venfter in de kamer, om
te zien, of de man te huis is. Aan de deur klopt
hy wel, doch hy opent dezelve aanftonds, zonder
te wachten, dat men hem binnen roepe. Naauwlyks
de eerfte komflimerten gemaakt hebbende, loopt hy
terftond naar de tafel, waarop boeken liggen. Wel'
he l'ot'ken hebt gy daar toch? vraagt hy. En
eer het andwonrd volgt, hecit hy ze reeds m de
lianden, en fleekt er den reus in. Dan gaat hy
het vertreib rond, beoordeelt de Ichilderj'en aan den
vand, en als hy den Ichrylleslenaar nadert, kan hy
zich