Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
84 de DRIESTE en NEUSWYZE.
den das om! Gy moet: my den fchoen eens fo«'
gespen! zegt hy tot den eerftcn den besten, wien
hy ziet, als hy zulken dienst meent noodig te heb-
ben, Ziet hy twee of meer perfonen, die met elkan-
der in eene zamenlpraak ingewikkeld zyn, dan dringt
hy zich met geweld tusfchen hen, en vraagt: waar'
van /preekt gy rock P Hy v. il, in ( Ik gefprek , al
lonpt het ook over dingen, waarvan hy niets ter we-
reld begrypt, het woord voeren. Zelfs de gewigtig-
11e gefprekken breekt hy af, door zyne beuzelachtige
invallen en vragen.
Tegen elk bevel \'an.zyne ouders en leermeefters
heeft hy iets in te brengen. Hy mort tegen allen,
en vraagt bellendig: waarom moet ik dan dat
doen? waarom toch? Zyn vader roept hem, om
hem iets te gelasten; en terwyl hy voordgaat, bromt
hy voor zich henen: daarom had men evenwel niet
noodig gehad, my te roepen! Een vriend des hui-
zes, die daar een bezoek aflegt, zegt hem : wees
toch zoo goed, Frans! en maak de deur eens
toe! — Ik heb daarmee niets te maken, is zyn
andwoord, gy hebt my niets te bevelen!
Waar hy ook komt, hy moet aanft:onds alles be-
kyken en betasten. Alle eetbare waar, die hy ergens
ziet liggen, verklaart h3'- oogenblilslyk voor goeden
prys, en hy fmult daarvan, zonder iemand te vra-
gen , of hy het wel nemen mag. Ik veroorioofde hem,
voor eenige dagen, om met my naai mynen tuin te
gaan: maar, terwyl ik met een ander fprak, had hy
zich op mjme jasmyren geworpen, en reeds eenigen
met wortel en al uitgerula, daar hy de bloemen af-
plukken wilde Kort daarna bragt hy my, deels
Uil,kende , deels fl:ekelige bloemen, om my daaraan
te laten nn'ken. En offchoon ik hem die kortswyl
emftig verbood, zoo ftiet hy my doch onverhoeds
eene lelie aan den neus, zoo dat deze door het zaad-
ftof gansch geel gekleurd werd , waarom hy zich
ziek