Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
ast D E M O R S I G Ei
en boven had ik het uitzigt in eene Alcove^ wier
voorhang opengefchoven was, en waar alles, wat
walging veirwekken kan , by een ftond. Waschbek-i
ken, waterpot, vuil linnen, en kleedèren, zag
men , als in eenen uitdragerswinkel , aldaar onver-
holen ftaan en hangen. Ik gebruikte de voorzigtig-
heid , om den ftoel, die naast my ftond , met myn
zakdoek , zoo goed als ik kón , af te vegen , of ik
misfchien toch nog zitten moest; hoewel ik weinig
lust had, om lang te vertoeven, vooral daar de lueht
my , in deze lieflyke woning , zeer bezwaart yk be-
gon te worden. Nu kwam de huisvader, een vriend-
lyk , zacht man , een beeld van het lydende geduld,
aan wien men zag, dat hy zich over zyne door en
door morfige vrouw fchaamde, en vermoedlyk aan
hare beterfchap wanhopen moest. Zy zelve wilde in-
tusfchen ten minfte iets doen, om my te toonen, dat
zy van orde en zindelykheid hield. Want zy bragt,
met de grootfte vaardigheid, het koffy goed ter zy-
de, en veegde de tafel met haar voorfchoot af, dat
toen, van uitgebrcidde vet-vlekken, aan alle kan-
ten glinfterde , als of hy met vernis oveitogen was.
Daai'op liep zy naar de Alcove, om den voorhang toei
te haaien, en de fraaiheden, die aldaar in het oog
liepen, een weinig te verbergen. Maar zy wa', in
haren fpoed , zoo ongelukkig , dat zy de waterpot
omwierp, waardoor de ha've kamer overftroomd werd.
Om geene aanleiding tot verdere onheilen te geven,
brak ik af, en maakte myn kompliment, terw\i ik
den armen man in myn hart beklaagde, die zyn leven
in zulk een gezelfchap doofbrengen moet. — De mor-
figheid was by deze vrouw te fchan lelyker, daar zy
uit geene armoede ontlfond, welke anders we' de
oorzaak van eene fmullige levenswyze pleegt te we-
zen ; gelyk als , in tegendeel, de zindelykheid een
mensch te meer tot eer verftrekt, als gebrek en be-
hoefte dezelve voor hem moeilyk maken.