Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE MORSIGE. 43
wild, en ordeloos beftaan , in zulker voege met ha-
re kleederen omgaat, dat zy er weinig aan heeft. Stil-
zitten , en vrouwlyken arbeid verrigten, zoo als dit
een meisje van haren ftand betaamt, by voorbeeld ,
naaijen, breijen , en wat dies meer is , daar kan zy
niet tegen. Het morfigfte werk verrigt zy het lieffte.
£n zy laat de meiden intusfchen ledig loopen. Daar-
by is zy dan ook nog zoo onhandig, dat zy zich veel
meer bezoedelt, dan noodig is. Als zy het tafelge-
reedfchap afgewasfchen heeft, ziet zy er uit, als of
zy zelve uit eene waschtobbe kwam, en dryftzy van
het \ ettige water. Zy wil olie'in de nachtlamp gie-
ten , maar ziet niet toe , wat zy doet, en giet ge-
ftadig toe, na dat de lamp reeds vol is , en de over-
loopende olie haren rok en den vloer balfemt. Ai kyk,
mama I daar ben ik al weer ongeluhkig geweest !
Die malle lamp! Zoo fchuift zy telkens, even als
een klecn kind , de fchuld op het voorwerp , door
welks gekke behandeling zy fchade aangerigt heeft,
en noemt zich ongelukkig, in plaats van haiideloos ,
en onvrtorzigtig.
Even bereidwillig nu, als zy tot bezigheden is,
waarby zy braaf herom flofTen kan ; e^en lui is zy,
zoo als reeds gezegd is, als zy eene naaide in de hand
nemen moet. Mare koufen , die zy met weinig moei-
te ftoppen, en dan wel tweemaal zoo lang dragen kon,
werpt of geeft zy weg ; want daar zyn geene zolen
meer aan. Haar rok krygt eere fcheur, gelyk als zy,
over het algemeen , zeer dikw^is , om het in haren
trant uit te drukken , zoo ongelukkig is , dat zy met
hare kleederen ergens aan hangen blyft. De fchade
kon evenwel door een fynen naad wederom verholpen
worden ; maar zy weet er zich veel beknopter door
te redden. Zy hecht het gefcheurde met fpelden aan
oen. Spelden, in geval van nood ook haarfpelden,
die zy uit haar kapfel plukt, moeten alle foortgelyke
kwetiuren heelen, waai-by een ordelyk meisje naald
en