Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
33 E B A L D A D I G E. ir
hem in den enkel. Plotsling verhief zich een afgiys-
lyk gefchrei. Het ganfche gezelfchap liep toe. J, la-
ma nam hem op den fchoot, en klaagde: dat arme
kind! zie eens , welk eene vreeslyke wonde die
verwenschte viool! men moet ze op het vuur
werpen ! Oogenbliklyk was alles in beweging. Mer
bragt wondbalfem , en knnen , tot een verband , by-
een. En Kareltje deelde fclioppen uit aan hen,
die hem naderden, om hem te troosten."
„ Doch het geval had niets te beduiden, en was
fpoedig vergeten. Men ging, eindelyk, aan tafel. En
Kareltje nam het eerlle zyne plaats. Ieder een
vermeed, om zich nevens hem te zetten. Maar ik,
die aan deze voorzigtigheid niet dacht, werd zyn na-
buur , en kreeg welhaast rede, om het te betreuren.
De jonge bengelde onophoudlyk met zyne voeten. Hy
llingerde ze voorwaart, achterwaart, regts en links,
rond. En , in weinige minuten, waren myne witte
zyden koufen als getygerd. Vergeefs trok ik myne
beenen te rug. Hy bereikte my altyd met de zyncn.
Kwam het in my op , om hem tot ftilte te verma-
nen , dan liet .hy de tanden blinken als eene meer-
kat."
„ Elk oogenblik woei hem eene nieuwe luim aan.
Alles, wat op de tafel kwam , wilde hy hebben,
en hy riep daarom zoo lang, tot dat zyn bord, als
een vruditwagen, beladen was. Hy at met de vin-
gers , en leide van tyd tot tyd zyne vette handen op
myn kleed; nu eens om my iets te verzoeken ; dan
eens enkel * om my op iets te doen letten. i\.an de
andere zyde van Kareltje zat eene dame meteen
geheel nieuw kleed. Daarop wiei-p hy, door liet op-
fteken van zyn hoofd, eene kom met faus, die een
bediende op de tafel zetten wilde. Naauwlyks begon
myn medelyden aan de arme dame te betuigen , toen
het kleene wicht, myne vest en broek, met een glas
bourgonje wyn, overftroomde. Ik werd doornat tot
on