Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
III.
DE BALDADIGE.
D aar de ongeflepene in een welgemanierd gezel fchap
flechts medelyden of lagchen verwekt, en zich, door
zyne lompheden , verachting op den hals haalt; zoo
kan men, daar en tegen, het gedrag van den bal-
dadigen niet, zonder ergernis en verftoordheid , aan-
zien , en wordt hy, by allen , die het ongeluk heb-
ben , van met hem te moeten omgaan, niet zoo zeer
verachtlyk , als wel gehaat.
Baldadigheid is het gewone gebrek van kinderen t
die in het geheel geene , of eene flechte, opvoeding
genoten hebben. Zulke kinderen betoonen geene de
minfte achting voor oudere perfonen, of lieden , die
over hen gefteld zyn. Zy gedragen zich, in derzel-
ver tegenwoordigheid, zoo ruuw en geklyk, als of
het hen juist te doen ware , om dezelven te beleedi-
gen, en misnoegd te maken. Onder huns gelyken,
en onder volwasfenen, die van geringer fl:and en ver-
mogen zyn , dryven zy hunnen moedwil tot de lomp-
fte befchimpingen en ergfte mishandelingen.
De baldadige- knaap fchaamt zich niet, om , voor
de oogen van zynen leermeester en zyner ouders, met
het l.oofd op beide armen , of ten minfl:e op eenen,
te leunen, de beenen ver vooruit te fteken , en het
lyf achter over te leggen, met de handen in de ha«
ren te iWoelen , en te krouwen, op de ongefchiktfl:e
wyze met de vingers in den neus te pluizen, met ee-
nen wyd opgefperden mond overluid te geeuwen , en
midden over het vertrek te fpuwen. Worden hem zy-
ne onheblykheden welmeenend onder het oog gebragt,
dan lacht hy den genen, die zulks doet, op eene
'lognende wyze , in het aangezigt uit, of geeft hem
A 4 fnoo-