Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE ONGESLEPENE, 5
een geregt aanbiedt, vlak in haar aangezigt: ja ,
als hec beter toebereid was, dan nam ik nog wel
iets daarvan , want het is anders myn lief/te e-
ten. En den gastheer vraagt hy : van waar hebt:
gy toch dien ellendigen wya ? Hy is immers by
kans niet te drinken! By het doorfnyden van vleesch-
fpyzen betoont hy zich zoo omhandig , dat men het,
zonder medelydend lagchen, niet aanzien kan. Want
te huis is hy gewoon, om meer de vingers, dan
mes en vork , daarby te gebruiken. Daai-om gebeurt
het niet zelden, dat hem een rtuk onder het mes weg
glydt, en met een deel der faus op zjms nabuurs bord
vliegt. Heeft hy zich eindelyk verzadigd, dan Ürykt
hy met een innig welbehagen den buik , en roept:
dat heet eerst eens er .... JSu ook geen beet
meer! Daarop vangt hy aan , om zich de tanden te
zuiveren, terwyl hy den mond wyd opfpert. Eene
dame , die naast hem zit, klaagt fchertfende , dat
zy haren tandenftoker vergeten heeft; en hy lieeft de
beleefdheid , van haar den zynen met veel aandrang
te prefenteren.
Zyne voeten zet hy gewoonlyk op die van anderen,
en dit wordt hy zelfs niet gewaar, voor dat een
fchreeuw van pyn hem zyne lompheid merken doet.
Intusfchen bekreunt hy zich weinig daarom. Hy denkt
in het minfte niet aan verontfchuldiging : maar verr
maakt zich zelfs daarmede , en verhaalt het aan ander-
ren , als ecne groote aardigheid. Begeeft men zich
tot een gemeenfchaplijk fpel , waarby eenige behenr
digheid noodig is, by voorbeeld, dat van blinde.»
man ; zoo mag men er alles onder verwedden , dat
hy iemand omvevloopeii, of althands zelf, eenige
malen , juist niet op de fierlykfte wyze , neer mi-
melen zal. Daardoor wordt hy nu welhaast het alge*
meene voorwerp van allerlei guitery en fpotjerny, die
hy intusfchen zelden gevoelt, als zy niet al te hand-
tastlyk wordt. Dan 2oekt hy zich, op zyne wyze ,
A 3 daar-