Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
van ecn,WELLEVEND MAN. 1:49
den lof, dien hy anderen toezwaait, Nimmer barst hy
in al te overdrevene lotfpraken uit. En liever fpreekt
hy in zeker huis geheel niet van iemand, die aldaar
niet bemind is, zoo haast hy niet hopen mag, aldaar
eenige verandering, ten zj nen voordeele, te be a-erken.
Zeer zal hy zich ook in acht nemen, om niemand, ten
opzigte van een talent, dat een of meer tegenwoordig
zynde lieden ook bezitten, of meenen te bezitten, bo>
ven al de wereld te verheffen.
Insgelyks zorgt hy, dat anderen geene tegenwoordig
zynde lieden vernederen, en vooral wacht hy zich, om
hen aanleiding daartoe te geven. Nimmer zal hy, by
voorbeeld, wanneer iemand zich ineen gezelfchap, o^)
zyn verzoek, met zingen, of op het klavier, heeft la-
ten hooren, nu vervolgends nog een ander daaitoe ver-
zoeken, van wien hy weet, dat dezelve het veel ver-
der in die kunst gebragt heeft, en dienvolgends den
eerften noodwendig zou moeten befchamen.
Zyne gelaatstrekken ftemmen altyd overeen met zy-
' ne woorden. En hierin weet hy zich ook eenigen dwang
aan te doen. Hy onthoudt zich van alle donker uit-
zigt, wanneer hy iemand geluk wenscht. En hy ver-
trekt den mond tot geen fpottenden lach, wanneer hy
iemand pryst. Hy geeft denzelven dus geene aanlei-
ding , om te twyfelen, of zyne woorden zyne wai'C
meening uitdrukken , dan of hy hem voor den gek
houdt. Wanneer hy met anderen fpreekt, heerscht er
altyd een vriendlyke ernst op zyn gelaat, waarop zich
fomwj'len wel een vrolyke lach vcrfpreidt, maar nooit
een rfzigtlyk gegryns vertoont. Nimmer hoon men
van hem een onmatig boersch gefcharer, waar doorhy
fomwylen zou kunnen worden genoodzaakt, om op ee-
nen ftoel neer te vallen. Over het geheel bemint hy
geene te groote uitgelatenheid. En hy maakt weinig
beweging met zyne handen. Veeleer zoekt hy , mee
zyne gelaatstrekken, nadruk aan zyme woorden by te
zetten. Nimmer maakt hy zich fchuldig aan verregaan-
de \Ti'postigheden, zoo als, dat hy iemand, met wien
hy