Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
a deONGESLEP en E.
komst met een ongepolysten fteen, of metalen klomp,
cenen onge/lepenen Q*^.
De ongeflepenheid vertoont zich voomaamlyk in de
ongefchikte houding des ligchaams , in het rigten en
dragen der ledematen, in den gang, en andere be-
uegingen. Ook verraadt zy zich door lompe zeden
en manieren. De ongeflepene verrigt alles met zoo
veel gedniisch , als of dit voor hem het eenige mid-
del ware, om zyn aanwezen voor anderen merkbaar
te maken. Deuren er \'enfters haalt hy met zoo N-eel
geweld toe, dat de ganfche kamer daarvan dreunt.
Zachtjes kan hy in het geheel niet gaan: maar hy
ftapt als een zwaar gelaarsde niiter. Het gene hy
wegleggen moet, werjit hy onftuimig neder. Ver-
zoekt iemand hem, de goedheid te willen hebben van
hem een boek, of iets anders toe te reiken ; dan
llingeit hy het den anderen zoo toe, dat deze het
van den grond oprapen moet, indien het hem niet
misfchien zelfs naar het hoofd vliegt. De ftoel, dien
hy voor zich, of voor anderen — als hy eens be-
leefd genoeg is , om dit te doen — neerzetten wil ,
loopt gevaar van te breken, met zoo veel geweld
fmakt hy hem op den vloer neder. Zelfs zet hy zich
niet neer , maar valt veeleer, met het ganfche ge-
wigt van zyn corpus, op den ftoel. Laat hem toch
vooral niets halen , dat ligt befchadigd of gebroken
worden kan ! Reeds heeft hy de tabakspyp , die hy
den gast prefenteren moet, gelukkig tot aan de deur
gcbragt — reeds rukt hy de deur wyd open, en ftrekt
den arm vooruit, om de pyp over te geven — daar
ftruikelt hy over den drempel, en ligt, zoo lang
als hy is. Daar h< ht gy het al! roept hy, ter-
wyl hy met moeite opiyst, en de ftukken byeenraapt;
waarom my dit gelast P
Hy
t*3 In het gemecne leven ook wel een Icmjierd,