Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
van ecn,WELLEVEND MAN. 1:49
®1 meer te polysten. En daar hy , na zyne te hig
komst eene predikants-plaats zal zien te bekomen, zal
hy zeker niet lang op eene geringe plaats blyven,
maar weldra in eer.en grooteren werkkring verplaatst
worden. ■
Inuisfchen beveelt het eerde voorkomen hem reeds
aan. Hy gaat niet prachtig gekleeJ, en is, flechts
in dringende gevallen, opgeichikt ; echter is zyne
kleeding altyd met fmaak gekozen, eenvoudiga, or
delyk, zindelyk, en net. In dit ftuk zoekt hy zich
geenszins te onderfcheiden. -Hy is nooit de eerfte, die
elke mode opvolgt, maar ook. geenszins de laatfte,
en blyft niet halftan-ig , zyn ganiche leven lang, by
■zyne eenmaal aangenomcne kleederdragt. Alleenlyk
zal hy geene wanft^ltige, grillige , en gekachtige',
modes, al werden zy ook nog zoo algemeen, na
volgen. Hy zoekt geene harde kleuren V(x>r zyne klecw
ding. En al hare deelen moeten wel zamen pa.sfen.
■Hy draagt geenen groenen rok , roode vest, geelon
troek , en graauwe koufen by elkander; noch een
groven dufielfchen rok , en zyden onderkleedcren^,
■met ftevels. Voor al houdt hy, inmsfchen, van or-
.de en zindelykheid. Alles zit hem net aan liet lyf.
Het hangt in. geene wyde vouwen omliemheen, maa
het fluit ook' niet zoo eng om zyne ledema en, dat
het derzelver vrye beweging verhindert. Geene vlek
ken, geen ftof, ontflert zyne kleedercn. Nog mirrJer
zy gefcheurd, misfen zy hier of daar knoopen ,
«f zyn dezelven averegts geknoopt. Hy bemint orde
en netheid ; evenwel is het niet, als of hy uit een
doosje kwam , brengt hy ge ine uren , x'oor den. fpie-
gel, met zyn opfchik door, en maakt hy daar van
geene zyner voomaamfte bezigheden. Maar hy houdt
het voor eene beleediging van anderen , als m^n zifb
in eene morfige en onordelyke kleedirg aan hen ver
toont.
Even zulk eene orde, als in zvne kleeding, heerscht
ook