Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
14=* AFBEELDING
tvelgeiranierde kringen te zoeken, om in derzelver
gezelfchap , dat hy, te regt, voor de beste, ja
genoegzaam eenige fchool van bevalligheid en welle-
vendheid hield, zyne vorming te voleindigen, ert
zich al die zeden en gebniiken eigen te maken, weli
ken daar alleen geleerd kunnen worden, en die men,
in onze dagen, vooral van hem, die zich tot zoo-
danig een ftand verheffen'wil, vordert.
Zyne vlyt en talenten, hadden hem, aan meer dan
een zyner leermeesters, aanbevolen. En daar zy nu
ragen , dat zy zich , ook met opzigt op zyn uiter-
lyk gedrag, niet behoefden te fchamen , om hem in
hunne gezelfchappen te trekken, zoo genoot hy dik-
wyls dat geluk. Want dit was het werklyk voor
hem; het was meer, dan een vleijend kompliment^
wanneer hy het zoo noemde. Niet enkel om zich te
vermaken , ook om te leeren," ging hy daar heneru
^let befcheidenheid nam hy inzonderheid die menfchen
waar, van welken hy zag , dat zy algemeen bevie-
len , en onderzocht, van waar dat kwam ? Welke
vraag hy als dan niet zelden ook daar door leerde opi
losfen en beandwoorden, dat hy anderen zag, die
byna even algemeen mishaagden. Gebreken ontdekt
men het ligtst. Hy maakte zich, inmsfchen, die ont-
dekkingen zoo te nutte, dat hy alle onbevalligheden
leerde vermyden. Hier door , en door geftadige op-
merkzaamheid op zich zeiven , bragt hy het eindelyk
zoo ver, dat hy niet flechts zonder verlegenheid,
maar met de grootfte aardigheid, en welgemanierd-
heid , in de befchaafde wereld wist te verkeeren, en
men hem overal, als een zeef wellevend jongman ,
en een aangenaam mensch in gezelfchap, beminde,
en waardeerde. Dus heeft hy zyn fortin'n gemaakt.
Want een zyner akademie-leeraren heeft hem , by
eenen voornamen man , tot gouverneur voor deszelfs
zoon , aanbevolen , met wien hy welhaast zal gaan
reizen. Dus zal hy gelegenheid vinden, om zich nog
al