Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
«38 DE GEMAKLYKE
om te zeggen, dat zitten beter is, danfiaan,
Hièrraede plaatst hy zich fomwylen zelfs wel eens op
de kanapce , zonder op te merken , dat er ook vrou'
wen in het gezelfchap zyn, en dat die plaats aan de.
zeiven toetehoort. Gemeenlyk hecht hy dan ook ftil«
zwygende zyn zegel aan het gene in het Indiaanfche
fpreekwoord volgt, dat liegen beter is, dan zit-,
ten; en vlyt hy zich in de gemaklykfte houding
op zyne zitplaats neder. Al komt er nu ook een
vreemdling • in het gezelfchap ; hy ryst niet op \
om denzelven te begroeten, maar blyft genist, in
zyne genlaklyke houding, voordleunen. Nog min-
der heeft men derhalve van hem te wachten, dat hy
iemand eenen ftoel aanbieden zal. Dit doet hy, in zyn
eigen huis, niet eens Hy roept wel eens, na dat
hy zelf zich het eerfte heeft nedergezet; nu, die
het zoo goed hebben wil, als ik, die ga zitten!
Zeer dikwyls ftoort hy het genoegen van een gezel-
fchap. Want als er eere wandeling, of een fpd ,
waar by ligchaamlyke beweging noodig is, voorge-
(lagen wordt, is hy volftrekt tot geene deelneming
te brengen. Alle beden en voorfteliingen zyn vrucht-
loos. En wil men hem nu niet geem alleen laten zit-
ten, zoo moet dat gene achterblyven, wat, door het
geheele overige gezelfchap, werd gewenscht. Want
zoo ver gaat de vriendfchap by hem niet, dat hy
zich, uit liefde voor iemand , in zyne gemaklykheid
zou laten ftoren.
Hy flaat ook in het geheel geen acht, op wdvoeg-
lykheid en bevalligheid. Zyne gemaklykheid is het
eenige voorfchrift, dat hy volgt. Langs de ftraat flen«
tert hy met de handen op den rug. Als het koud is
ftieekt hy ze in zyne broekzakken. In den zomer loopt
hy met eene geheel opene vest rond. Ziet hy, dat
zyne koufen een weinig afglyden , dan blyft hy , op
den eerften den besten hoek van eene ftraat, ftaan,
öm ït op te haleu. Is hy juist hongerig, dan houdt
hy