Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
i^o d e VER s T R O O I D E.
zonder dat men evenwel daar in voord gaat, voor
dat men in ftaat is, rm telkens het aantal van voor-
werpen , waaiTTiede men zig bezig houdt, naauwkeu-
rig te vatten. Door zulke oefeningen zal men zich
ge\vislyk in ftaat ftellen, om zyne oplettendheid, naar
believen, en zoo lang men wil, by elk voorwerp ,
dât men verkiest, te kunnen bepalen.
XXV.
DE BEZIGE LEDIGLOOPER,
D.
'eze twee woorden fchynen wel te ftrydig, om za-
mengevoegd te kunnen worden ; Want die ledig loopt,
dat is, volftreklyk niets doet, kan niet bezig zyn ,
dat is iets doen ; maar evenwel past de bovenftaande
benaming alzins op het karakter , dat zy moet aan-
duiden. Onder eenen ledigloper, wordt hier enkel ie.
mand verftaan , die niets nuttigs , die dar gene niet
verrigt, wat zyn beroep en pligt eigenlyk van hem
vorderen, of voor hem voegt en betaamt. Zulk een
mensch nu kar , dies niet tegenftaande , bezig zyn,
dat is, een meeiiigte werks ondernemen, dat men
van hem in het geheel niet vordert, waarmede hy
zich zei ven en anderen gansch geen nut toebrengt, en
uit hoofde waarvan hy het nood vendige verzuimt.
Zulk een mensci» moer hier worden affeefchetst.
Zoo haast hy opgeftaan is, loi->pt hy door zyn gan-
fche huis rond , doorkruipt alle hoeken en gaten ,
dootfnuffelt alle kasfen en kisten , om te zien, of
alles er nog wel is ; hoewel er geen vermoeden, ja
zelfs geene mooglykheid is, dat er, in den nacht,
iets verloren zou zyn geraakt. En dit gansch overtal-
lige werk verrigt hy zelfs nog niet eens in eene or-
der.