Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE VERSTROOIDE. 129
afwende.; maar zoo lang dit gebrek voord dimrt, moet
hy alles in verwarring brengen. De gewigtiglie pa-
pieren legt hy hier of daar in eenen hoek , zoo dat
hy ze, als het noodig is , byna niet wedervinde.i,
kan; of hy verfcheurt dezelven wel gansch en al. I:i
den aanvang yan een fmeekfchrift aan de regering-
fchryft hy wel den tytel — maar dan vaart hy voord;,
ließie moeder — en verzendt zyn gefcliryf aan deze
naar de eergtgenoemde. Als geneesheer wordt hy by
eenen zieken geroepen, waar hy eene operatie ver-
rigten moet; hy trekt daar henen, en wil nu het
werk aanvangen, daar het hoog tyd is , maar — hy
heeft zyne inftrumenten te huis gelaten. Als- predikant
vergeet hy meenig gewigtig deel van 'zyhé bèroepé be-
ziijheden. Kortom zulk een mensch is in geenen lland
bruikbaar. En er is ook j in geen gezcllchap ,. iets
met hem aan te vaneen.
Elk jong mensch,' dat eenigzins tot die verkeerd-
heid overhelt, moet zich dus alle mooglyke moeire
geven, ora dezelve af te wennen ; want hy maa]<t
zich daar door ongelukkig. En men zal dezelve in
hem niet verfchoonen ; offchoon men een man , als
Newton, geern eéne oogenbliklyke verftrooijing
ten beste houdt. Nu kan men zich de verftrooijing
ook afwennen, als men flechts emltig wil. Want
zy beftaat ■ immers flechts in eene te groote oplettend»
heid op een eenig onderwerp, en een volflagen ver-
zuim van opmerkzaamheid voor alle andere dingeiu
'Men moet dan ook oplettendheid op dingen vestigen,
die men dezelve anders onwaardig rekent, en ze
dikwyls en aanhoudend befchouwen ; men moet zich
gewennen, om zich , enkel door het verftand , by
een of ander ding te laten bepalen , al maken andere
voorwerpen ook eenen nog zoo fterken en aangenamen
indruk op onze zinnen; men moét beproeven, om zy •
ne opmerkzaamheid , ter gelyker t^'d , tot twee, en
allengs tot al meer en meer, dingen te wenden; zon-
l der