Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
134 GEHEIMVO Lh e.
van zaken en voorvallen, die in voorname huizen, of
zelfs ten hove, plaats gegrepen hebben. En zeer
geem zou hy anderen overreden , dat hy wist, wat
in de kabinetten der Europefche M ogendheden om-
ging.
Voor het overige is hy doorgaands een vry onfchul»
dig fchepfel, dat niet ligt bedoelt, om iemand te
benadeelen, maar het echter waariyk fomwylen doet,
door verklikken, en onbezonne oj^enhartigheid. Voor
Ugtgeloovigen is het ook niet wenschlyk , dat zy in.
handen van zulk eep geheimniskramer vallen. Aange-
zien zy de meenigerlei onwaarheden aannemen, en zich
daar door tot meenigen dwazen ftap zouden kunnen
laten vervoeren. Voor elk redelyk mensch is de ge-
heimvolle waarlyk belachlyk. En men verm.ydt geem,
zoo het eenigzins mooglyk is, zyn gansch niet aan-
genaam gezelfchap. Intusfchen vindt hy , nogthands,
wel eenige menfchen, die hem met verbaasdheid aan-
hooren en bewonderen. En dit troost hem over de be-
fpotiing en het lagchen van anderen, welk middel an-
ders , indien het hem flechts door een iegelyk toege-
diend wierd, hem gewislyk van zyne dwaasheid ge»
Bezen zou. r ,
XXIV.
deVERSTROOIDE.
In de laatst pefchetfte karakters, was fteeds eenig
gebrek van verftand de bron van verkeerdheid en
dwaasheid; maar zoo is het niet gelegen met den ver-
ftrooiden. Zelfs de verftandigfte en diepdenkendfte
mannen vergeten fomwylen zich zei ven, ja alles, wat
hen omringt. En juist hun eraftig nadenken is de
oor-