Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
114 D E N I E U W S G I E R I G E.
die faniilien aan eikanderen vermaagdfchapt zyn; waar-
toe die en die zyne kinderen beftemd heeft, en wel-
ke verbindtenisfen hy voor dezelven wenscht. Hy
weet, hoe alle huisgezinnen in de ftad leven, wat
zy daaglyks eten , en waarin zy vermaak fcheppen.
Alle aankomende vreemdelingen kent hy by naam,
ftand en bezigheden, even goed, als de kommandant
of hoofdofficier der ftad. Hy geeft aan de bedienden
der herbergen kleene gefchenken , om zulks te ver-
nemen. En wanneer zy het niet weten, dan loopt hy
naar de bedienden der vreemdelingen, onthaalt hy hen
op eer,e flesch wyn, en zoekt hy hen, onder het
drinken daaivan , het geheim af te troggelen.
Viy onfchaadlyk zou zulk een mensch wezen, zoo
hy zyne nieuwigheden flechts voor zich behield; maar
wat zouden dezelven hem dan baten? Neen! hy brengt
ze wederom onder de menfchen. Het geen hy weet,
verneemt welhaast ook de ganfche ftad. En welke na-
deden daar \iit ontftaan , zal, by gelegenheid der af-
fchildering van het karakter des klappers, ontwikkeld
worden. Al wilde men intusfchen daarop niet zien,
dan is de nieuwsgierige evenwel een erbaimlyk en el-
lendig mensch. De menschlyke natuur leidt ons wel
op , om fteeds naar nieuwe kennis te ftreven : maar
deze heilige neiging , die de Schepper den mensch
wyslyk indrukte , ontheiligt de nieuwsgierige gansch
en al. En hy vernedert de weeriust tot eene kleenig-
heids - zoekery en kramery, die eenen onfterflyken
geest in het geheel niet betaamt , en hem ganschlyk
vnn elke ernftige en gewigdge bezigheid aftroont, ja
hem een tegenzin daarin doet krygen.
XXII.