Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
io5 DE BYGELOOVIGE.
zyne droomen. Alles, wat hem daarin verfchynt'»
heeft eene zekere beduidenis. En waai- zyne onder-
vinding hem verlaat, neemt hy een oud droomboek
te hulp. Die van peerlen droomt, zal veel moeten
weenen. Die geld ziet, heeft twist te wachten; en
fterven beteekent een lang leven. Geem droomt hy,
dewyl hy zeer verlangt, om zyn toekoniftig lot, dat
hem, zoo als hy waant, in droomen ontwikkeld
wordt, te vernemen. Zyn nu zyne di-oomen daartoe
niet voldoende , dan neemt hy zyne toevlugt tot an-
dere middelen. Hy laat zich, door een oud wyf, uit
de hand waai'zeggen ; of uit het koffy dik , dat in
een kopje hangen blyft; of hy doet een wensch, of
denkt eene vraag uit, en zoekt door dobbel- of prik-
fpel te bepalen, of die wensch vervuld worden zal,
en hoe die vraag beandwoord worden moet.
Zyn bygeloof geeft hem gansch byzondere grond-
ftellingen en maximen in. Op een groenen donder-
dag moet hy , by voorbeeld, iets groens , en op
eene kemiis moet hy zuurkool, eten. Anders komen
er weegluizen in huis, of grypt er eenig ander on-
heil plaats. Op een maandag telt hy geen geld uit,
fluit hy geenen handel, en geen verdrag, enz.
Natuuriyker wyze is de bygeloovige zeer vreesach-
tig, dewyl hy aan alles eene beduidenis toefchryft,
en in alles eenige voorfpelling meent te zien. Zyne
onwetendheid vergroot die vreesachtigheid nog, de-
wyl hy, in elk eenigzins ongemeen verfchynfel, ee-
nen voorbode en verkondiger der Godlyke ftraflèn
waant te ontdekken. Kometen, noorderiicht, vuur-
ballen, ja zelfs dwaallichten, en diergelyke dingen,
vervullen hem met den grootften angst. Zyne inbeel-
ding fchildert hem dan duizend onheilen en rampfpoe-
den, die daardoor aangeduid worden. En hy vindt
eindelyk ook zeker eene vemilling; al ware het
ook niets anders , dan dat hy een bord breekt, iets
om ver ftoot, ter aarde valt, enz. Ja» ja^ roept hy
uit.