Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
io5 DE BYGELOOVIGE.
hem ontftolen ; in plaats van daar naar te zoeken, of
het geregt om hulp in te roepen, zendt hy naar de
waarzegfter , om van haar te vernemen, waar het
vermiste gebleven zy. Op eene verklaring van haar
waagt hy het, een mensch aan te klagen, die dik-
wyls gansch onfchuldig bevonden wordt, waar van
hy dan , natuiu-lyker wyze , meenige onaangenaam-
heid heeft. Hier onder lydt zyn goed geloof intusfchen
niets. En is de gezegde poging vruchtloos geweest,
dan befluit hy zelfs, in weerwil van zy ne vreesach-
tigheid , de dooden om raad te vragen. Een geesten-
bezwerer, die zich voor deze klucht duur betalen
doet, is wel te vinden. En als de bygeloovige, zoo
als gemeenlyk, bloedverwanten , en bekenden , zien
wil, is de toovenaai- ook flim genoeg, om vooraf,
door vragen van hem , of zyne huisgenoten , die hy
dikwyls op zyne hand weet te brengen, zoo veel ont-
waar te worden, dat hy de verlangde perfonen naauw-
keurig genoeg vertoonen kan. Want des anders vrees
gedoogt niet, dat hy alles zoo juist hoort en ziet.
En hem wordt, door den bedrieger, fteeds opge-
drongen , dat hy mis gekeken heeft, als alles niet
naar wensch gelukt.
Met geesten is hy veel meer bekend, dan andere
menfchen. Hy moest dan zoo bang daar voor niet we-
zen. Intusfchen laat hy zich niet ontpraten, dat er
fpooken zyn, en dat hy zelf reeds eenigen gezien
heeft, daar hy helaas ! met eenen helm geboren is.
Aan den miuu- van het kerkhof heeft hy reeds dik-
wyls eene witte gedaante bemerkt. En omftreeks mid-
dennacht heeft hy eene koets door de ftraat hooren ry-
den, waarop een koetfier zonder kop zat. Ja dat heb-
ben meer andere lieden nevens hem gezien. De gatx-
fche ftad weet irimiers, dat het in dat of dat huis niet
rigtig is. Daar zweeft des nachts , iets rond, dat
deuren opent en toewerpt, de trappen op en afloopt,
met kettingen en fleutels rinlcelt, enz. Meer andere
va-