Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
d*e L I G T G E L O O V I G E. 103
deze menfchen, hy laat zich door hen tot dwaashe-
den, onbezonnenheden, ja zelfs tot ondeugden, verlei-
den. En niets, dan een gevoelig onheil, dat hyzich,
daar door , op den hals haalt, is in ftaat, om hem
de oogen te openen.
Hy leert dus gemeenlyk met fchade en fchande; of-
fchoon fomwylen zeker te laat. En dan bemerkt hy
w^el, dat men toezien moet, op wien men veitrouwt;
maar dan moet hy zich wederam wachten , om tot
geen ander uiterfte te vervallen, en, vol van mistrou-
wen het verwonde hart voor een iegelyk te fluiten.
Want hier door zou hy zich van de edelfte genoegens
der menschheid berooven. Voor het overige is het
juist geen bewys van groote edelmoedigheid, en vor-
dert het ook niet veel verfl:and, dat men zoodanig een
mensch, en byzonderlyk eenen eenvoiidigen ligtge-
loovigen , als een Ipeelbal gebruikt.
XX,
DE BYGELOOVIGE,
Een byzonder flag van ligtgeloovigen, dat geheel in
de onzigtbare wereld leeft, alle verlchynfelen der zigt-
bai'e wereld geheellyk v an de werkingen der onzigtba-
re afleidt, en allerlei kwaad, enkel door geheime
kragten, tegenwerken en verdryven wil. Met zoo
zeer gebrek aan verfl:and — want voor het overige
zyn het dikwyls lieden van veel doorzigt als wel ee-
ne averegtfche opvoeding, en een daaruit ontflaand ge-
brek aan kundigheden, voomaamlyk in betrekking tot de
natuur, welke ons omringt, zyn de bron en oor fprong
van het bygeloof, welks gebied intusfchen , Gode
zy dank, in onze dagen al bekrompcner wordt; of-
G 4 fchooti