Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
BE WINDBUIDEL. 95
die heel wel mooglyk /yn. Met meer vrymagt, dan
een koning oefent, gebiedt hy hier over miljoenen.
Hier doet hy een fchip, met man en muis, in de
lucht vliegen. Daai' twee anderen , na een gevecht,
dat twee dagen lang duurt, beiden te gelyk wegzin-
ken. Hier verovert hy eene vesting , en doet de ge-
heele bezetting wreedlyk over de kling fpringen. Daar
levert hy veldflagen, zoo moorddadig , als zy nog
nooit geleverd zyn , waarin duizenden vallen , en de
overwinnmg nogthands onbeflist blyft. Tusfchen de-
ze twee mogendheden fluit hy een vrede : maar tus»
fchen die anderen breekt een vreeslyke kryg uit. De
koning van ♦ * had zyne kroon en zyn leven verloren,
zoo men zeker verraad niet gntdekt, en zekeren fcaata-
jninifter e i generaal niet ten dood had laten brengen ,
enz. Al deze logens verhaalt hy op het wydluftigftfe
en breedvoerigfl:e, met aanduiding der kleenlle omftan-
digheden , van tyd, plaats en perfonen.
Galoo\'en . moet men hem nooit, ook niet wanneer
hy de onverfchillia;t1e en onbeduiJendfl;e dingen zegt .;
en hy zou den genen flechts uitlagchen, die vertrouw
wen op zyne woorden ftellen, en daarop zou vviilen
bouwen. Dikwyls fchynt hy intusfchen zelf.te gevoe-
len, dat men dit niet doen zal. En om niet volftrekt-
lyk het voorkomen van een leugenaar te hebben, zweert
hy, by hoog en laag, bekragngt zyne verklaringen
niet de zwaarfte eeden, en beroept zich op hemel en
aarde, als op getuigen van derzelver waarachtigheid.
Ziet hy , dat dit nog niet baat, maar dat het, zoo
als men billyk verwachten mag , anderen flechts nog
meer wanti-ouwen inboefemt, dan is hy wel eens zoo
ftout en onbefchaamd, dat hy er op wedden wil. Zy-
ne windbuidelary maakt hem doof voor den ftelregol
van een baatzuchtigen ; zweren wil ik wel: maar
wedden mag ik niet! Intusfchen wedt hy wyslyk
om zoo weinig, dat het verlies hem niet deert, of
wil hy om zoo veel wedden dat niemand daarmede
tc