Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
94 D E W I N D B U I D E L.
by zyn agttien menfchen , en vele beesten , onü
gekomen. Intusfchen heeft hy zelf van een ooggetui-
ge vernomen, dat er Hechts een gedeelte van een en-
kel huis afgebrand is, en niemand daarby eenig Iet-
fel bekomen heeft.
• Even weinig moeite kost het hem ook , eene ge-
fchiedenis te verhalen , waaraan geen waar woord is
en welke op geen den minften grond fteunt, maar
door hem gansdi en al is verdicht. Hy befchryft
zeer omftandig eene vreeslyke hagelbui, die een na^
by gelegen gelegen oord getroffen heeft. Er zjm ftee-
nen ter grootte van duiven eijeren gevallen. Alle ven-
fterglazen zyn aan ftukken gehageld. Alle boomen
zyn van bladeren en \Tuchten ontbloot, en de gra-
nen op het veld zoo verpletterd, dat men geen ipoor
meer daarvan vindt. Eene ganfche kudde fchapen is
daarby omgekomen. En nog drie dagen na het onwe-
der lag de hagel zoo hoog en digt, dat men eene (le-
devaart daar over houden kon. Natuurlyker wyze doet
Blen navraag naar dit fchriklyke voorval. En, zie
daar ! men verneemt, dat het, op dien dag, al^
daar het fchoonfte weder van de wereld is geweest.
Zeer dikwyls is er nu waarlvk aan zulke verhalen
niets gelegen. De geen, wien hy ze voorliegt, wordt
daardoor niet in zyiie handelingen bepaald, en rigt
er zig niet naar: maariniet zelden fliehten 'zy ook
meenig nadeel, of veroorzaken ten minfte meenig on-
gemak. Zoo even, zegt de windbuidel, die my
bejegent , zoo ece« kwamen er tien wagens, met
»éne meenigte vaii vreemde dieren , in de ßadi
Er is een teeuw, een jonge olifant, eene hyena,'
ènz. hy. Daar en daar zyn zy geherbergd, Na-
tnurlyker wyze ga ik nu daar henen. En ik vind ,
tot myn groot misnoegen , zelfs geen aap noch beer.
Het vak van ftaatszaken levert hem ,• voor en bo-
ven anderen, ryke ftof voor zyne logens. Hierin kan
hy , met weinig moeite , ^efchiedenislèn verzinnen,
die