Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
PI SPREEUW. 91
men , welken hy of uit hunnen eigenen naam fpint,
of van hunne geftalte en hunnen ftand ontleent, of
anders ook wel eens , uit gelezere tooneel - ftukken
en romans , uit hoofde van eenige overeenkomst van
karakter, of en'Kei naar goeddunken , uitkipt. Dus
maakt hy van Hendrik, hennedrek, Abercrom-
BI' , abel krombeen enz. Dus noemt hy een lang ea
mager mensch , een bezemftok , een ai-chitect, een
ftee man , een regtsgeleerden , een aktenman, enz.
Dus hoort men zeer dikwyls , uit zynen mond , de
namen van Danae, Adonis, Amadis, enz.
Zelfs geeft hy ook aan onbezielde dingen gansch on-
gewone , en potfierlyke, namen ; zoo als, by voor-
beeld , fnuifkruidftofbosfen dekfeltafereel , in plaats
van een fchiiderytje op het dekfel eener fnuifdoos,
del-neus, in plaats van fchoorfteen, en wat die»
meer is.
Geem valt hy met zyne geestigheid geheele ftan»
den op het- lyf, en zoekt derzelver beroeps bezighe-
den belachlyk temaken. Naniurlyk treft zyne fpreeuw-
achtigheid wel het meeste de geestlykheid, en, ne-
vens haar, or.k den godsd enst zeiven , aangezien
dit by uitnemendheid in de mode is , en hy daardoor
welhaast het aarzien van een fterken geest hoopt te
verw erven. Al behoorde hy zelf tot de geestlykheid,
evenwel zou hy daarmee fpotten. Want hy verfchoont
niemai'd, en ook zich zeiven niet. Zyne fpottemy
treft wel niet altyd juist dat gene, wat aan eenigen
ftand, of eenig bediyf, als eene wezenlyke ver-
keerdheid te berispen valt: evenwel fpreekt hy ge-
woonlyk in algemeene uitdrukkingen. De geeulyken
handelen niet anders, — Alle kooplieden zyn, —
Wanneer hy eens een geestigen inval krygt, of ten
minfte iets, wat hy daarvoor aanziet, zoo kan hy het
niet binnen houden. Hy moet het aan al de wereld be-
kend maken; wanneer zelfs het geringfte overleg hem
zeggen moest, dat het veel beter ware te zwj^gen. Hy
ftoort