Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
90 BE SPREEUW.
van geestigheid te kunnen volhouden , leest en beftu»
deert hy alle anekdoten , kluchten, almanachs • ge-
fchiedenisfen , en puntdichten, niet den grootften y-
ver, en prent hy dezelven, met véél infpanning,
in zyn geheugen, om ze by de eerfte gelegenheid
voor zyn eigendom te kunnen uitgeven. En dewyi
ook dit nog niet toereikende is, vindt hy zich dik-
wyls gedwongen, om zyne gezegden te herhalen,
Oi de invallen, die hy op de eene plaats reeds had,
. ook op de andere plaats te hebbenen te uiten. Biedt
zich nu geene voegzame gelegenheid daaitoe aan, dan
verhaalt hy ten minfte, welke aardigheid hy hier en
daar gezegd, en welk een geestig andwoord hy de-
zen of genen gegeven heeft. En daaihy lacht hy zoo,
dat hy de woorden naauwlyks lutbrengen kan. En het
bekommert hem weinig , al moet hy ook hiertoe van
zulk eene gedwongene gelegenheid gebruikmaken, als
zeker ieniand, die eene anekdote vertellen wilde,
waarin van een fnaphaan gefproken werd, en op een-
maal te voorfchyn kwam met de vraag: hoorden wy
daar geen fchot ? en ftraks voord voer : daar wy
nu toch van /chicten fpreken , zoo wil ik u een
ijerliaal mededeelen , enz,
Voomaamlyk vertoont zich zyne geestigheid in woord-
fpelingen, die waarlyk , zoo als hy ze gemeenlyk
maalvt, vry laf zyn. Want hy fchaamt zich niet, om
de cHendigften zelfs op te disfchen, en de afgezaagd-
ften te herhalen. Byzonderlyk zoekt hy, in voorko»-
mende namen , ftof tot aardigheden. Hy draait, en
wendt, en verandert, ze zoo lang., tot dat er eeni-
ge zin, of dikwyls zelfs onzin, uitkomt. — Hy ver-
neemt van dezen of genen, hoe de perfoon geheten
hebbe, die den koning van Zweden vermoordde. En
naauwlyks hoort hy den naam van Ankerflroom, of
hy barst los in het voortreflyk gezegde: nu, die heeft
het anker eens regt laten ftroomen!
Aan alle menfchoi, die hy kent, geeft hy byna-
men.