Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
de ZONDERLING.
89
Een aardig beicwaam jong mensch trekt eensklaps naar
het land, en wordt een boer; waarom ? Dewyl
hem in eenen post, dien hy zogt te verkrygen , een
ander voorgetrokken werd.
Elk reJelyk mensch lacht met medelyden, om zul-
ke dwaasheden, waaraan jonge lieden byzonderlyk on-
derhevig zyn. Hy gelooft veeleer dies te gelukkiger
te leven. hoe onbemerkter hy le^ft. Hy blyft niet
hardnekkig aan het oude verkleefd, zoo haast hy iets
herkent, dat waarlyk beter is: maar oml«lst ook niets
nieuws , enkel om dat het nieuw is , en denkt niet»
dat hy elke belachlyke mode opvolgen moet.
XVII.
DE SPREEUW.
Die by elke gelegenheid een fnaakfchen inval voord-
brengen , aan elke zaak eene kluchtige wending ge-
ven , en daar door anderen onophoudlyk wil doen
lagchen, verdient dezen juist niet zeer loflyken naam.
De fpreeu'w geeft zich dienvolgends alle mooglyke
moeite, om fteeds geestig te wezen. Een inval, een
geestig gezegde, moet by hem geftadig door een an -
der gevolgd worden. En niets gewoons en gemeens
moet uit zvnen mond komen ; maar alles, wat hy
zegt, moet fchoon en treffend wezen. Natuurlyker
wyze is dit niet altj'd het geval. Zeer dikwyls is hy
de eenige, die het daarvoor houdt; en fomwylen zal
hy zelf wel merken , dat hy iets evbarmlyks gezegd
heeft, offchoon men hem intusfchen meenigen goe-
den inval niet betwisten kan ; want, naar een oud
fpreekwoord, vindt immers zelfs eene blinde hen fom-
wylen een korreltje. Om nu zulk eene verkvvisting
F 5 van