Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DB ZONDERLING. 87
natuurlyk zyne zucht, om ook iets , dat zonderlif^g,
ongemeen , en wonderfpreukig is, te zeggen. Zeer
ligt begint hy te yveren, alc hy de geringfte aanlei-
ding daaitoe krygt, byzonderlyk . wanneer men iets
zegt, dat tegen zyne geliefkoosde denkbeelden aan-
druischt. En dan maakt hy zich niet zelden aan bok-
achtigbeid fchuldig. IJy vindt het, by voorbeeld,
enbegryplyk, hoe men van eenig dier grillen kan. Hy
noemt dit dwaze vrees , bygeloof, of zelfs lastering
van God , die immers zulke wezens ook gefchapen
heeft. Hierby bezigt hy uitdnikking n, die van het
gewone fpraakgebruik gansch en al afwyken. De eiken-
boom, zegt hy, by voorbeeld, w een fchoone firuik,
Gelyk als overal, zoo heeft hy ook in de huishoud-
kunde zyne eigene grondftellingen en begrippen. Hy
vult zyn weiland met mollen, om dat dezen de aar-
de heeriyk omwoelen en rul maken , en her gras' te
beter doen \;<'aslèn. In zynen tuin dryf»- hy hoen-
ders, dewyl zy (lakken en wormen verflinden, en
de mpfen van de kool afpikken De zwynen, die
hy mesten wil, jaagt hy fomw\ len, met zjTiC
honden, het erf rond, om dat eene beftendige rust
voor hen nadeelig, en zulk eene beweging noodig en
heilzaam is. De kersfen laat hy aan de boomen han-
gen , tot dat zy zamenrimpelen, dewyl zy dan het
zoetfte Ihiaken.
Hy is gewoon, om alle dagen te wandelen. AI re-
gent het dan ook nog zoo, hy gaat evenwel zj-iien
gang , onder bedekking van een regenfcrherai; maar
wordt hy eens , onvei-wacht, door eene regenbui ver-
rascht, dan wandelt hy, met zynen gewonen tred ,
op zyn gemak voord, en houdt zelfs ftaande , dat
men zoo niet natter wordt, dan wanneer men zyne
fchreden verhaast Niet zelden ftygt hy met Ichoe-
nen en zyden koufen te paard, byzonderlyk wanneer
hy eens ergens heen rydt, om een bal by te wonen.
Om intusi<;hen de zyden koufen niet te bemorfen ,
F 4 haalt