Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
7ö s p r e e k w ö^o r. d e n
34. Wie dronken fteelt, moet nuchteren Iian-
gen, of, dronl'ien gedaan, nuchteren geboet.
35. Jong gewend, oud gedaan.
36. Gelijke Munniken, gelijke kappen.
37. Dwalen is menschlijk.
38. Eenen gek en eenen dronken man moet
men met een voer hooi ontwijken.
39. Gedane zaken hebben geen keer,
40. Beloven en houden , past jongen en ou-
den.
41. Met den hoed in de hand komt ,jnen door
het ganfche land.
42. Weest trouw en vertrouwt niemand.
43. Met fchade en fchande wordt men wijs.
44. Voorzigtigheid is de moeder van de wijs-
heid.
45. Zoo gij iets vindt, laat u dat niet bekoren;
Maar geeft het weer aan hem, die 't heeft
verloren.
46. Verbeelding is erger dan de derdendaag-
fche koorts.
47. Bedrog loont zijn meester.
48. Het kwaad komt uit, al zouden het de
raven uitbrengen.
49. Een handwerk verlaat zijn meester niet,
of, wie een handwerk kan, behoeft niet te be- -
delen.
50. Wie niet hooren wil, moet voelen.
51»