Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
J ENZEDENSPREUKEN, 75
13. Wie lang foep eet, wordt oud.
14. Lang geborgd is niet gefchonken.
15. God laat het water wel aan, maar niet
over de lippen komen.
16. Honger maakt raauwe boonen zoet.
17. Ondank is 's werelds loon.
iS. Zoo gewonnen, zoo geronnen.
19- Eenen vUigtenden vijand moet men eene
gouden brug bouwen.
20. Rome is niet op eenen dag gebouwd,
of, keulen en Aken niet te gelijk.
21. Lekker is een vinger lang.
22. Vau twee kwaden moet men het minde
kiezen.
13, De kruik gaat zoo lang te water, tot zij
eens breekt.
24. Kwade gezelfchappen bederven goede ze-
den.
25. De nacht is niemands vriend.
26. Veel hoofden, veel zinnen.
27. Hoogmoed komt voor den val.
28. De verftandigdc geeft toe.
29. Wie zich in gevaar begeeft, komt er in om,
30. Wie loopt, die wordt gejaagd.
31. Wie de fchade heeft, heeft de fchande
toe,
32. Niet weer doen is het beste berouw.
Het ei wil altijd wijzer zijn dan de hen.
/ 34-
w f>
00