Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
74 SPREEKWOORDEN
kunt, gij zult dezelven allen verklaard vinden
in het werkje, u onlangs geichonken, dat, in
drie deelen, met platen, voor eenigen tijd, bij
den Boekhandelaar w. van vliet te Amjtcrdam
is uitgekomen, onder den tijtel: Magazijn van
Spreekwoordefi en Zedenfpreuken, opgehelderd door
voorbeelden en vertellingen^ tot een leeshoek voor
de jeugd; terwijl gij daarbij ook, nu en dan,
de Verzameling van Vaderlandjche Spreehvoor-
den^ opgehelderd door f. martinet, ten ge-
hruike der jeugd en in de Scholen^ 179^ bij
j. allart te Amflerdam uitgegeven, te baat
kunt nemen.
I. Een fpreekwoord, een waar woord.
Als de eene hand de andere wascht, wor-
den zij beiden fchoon.
3. Eerlijk duurt het langst.
4. Voor gedaan en na bedacht, heeft meenig
een in leed gebragt.
5. Na gedaan werk is goed rusten.
6. De kleederen maken den man.
7. Gierigheid is een wortel van alle kwaad.
8. Middenmaat houdt ftaat.
9. Bidt en werkt.
10. Het werk prijst zijnen meester.
lï. Boontje komt om zijn loontje, of, gelijk
het werk, zoo de loon.
12. Een leugenaar moet een goed geheugen
hebben. 13»