Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
J ENZEDENSPREUKEN, 73
- geruimen tijd lang, gedurig op reis zijn. Hoe
, veel zorg baarde het hem, om het weer bij goe-
de lieden op renten te zetten, hoe veel moeite
ij had hij , om die renten altoos op den regten
tijd te innen, en hoe veel. verdriet, als er, hier
of daar, een kapitaaltje verloren ging!
7, Een rotte appel in de mande.
Maakt al het gave fruit te fchande.
De goedaardige kinderen van den Heer kool
leerden een knaapje kennen, dat een zeer wel-
gemanierd kind fcheen. Hun vader vergunde
hen daarom de vrijheid,-om met hetzelve temo-
gen omgaan. Doch het duurde niet lang, of
zij werden fnoepziek, leugenachtig, (lordig cn
lui in hun werk, ja hadden zich meenige andere
ondeugd eigen gemaakt, waaraan die knaap on-
derhevig was.
8. Van gcftorvenen en afwezigen moet men
niets kwaads fpreken.
Maar hoe, wanneer dit nu Hechte menfchen
zijn, wanneer zij anderen ongelukkig hebben ge-
maakt, als zij onrcgtvaardig of wreedaards ge-
weest zijn, kan ik dan vvel goeds van hen fpre-
ken? — of is het mooglijk en raadzaam, daar
van geheel te zwijgen?
Zoekt, van de volgende fpreckwoorden en ze-
denfpreuken, zeiven den zin en de beteekenis
uit te vorfchcn; en zoo gij dit fomtijds niet
E 5 kunt.