Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
en zedenspreuken* 71
t w
\
-i I. Nood breekt ijzer, of, nood breekt wet.
i De daglüoner aalders had geen geld meer,
lom zich cn de zijnen te generen. Hij klom bij
Inacht in zijns buurmans huis , en ontftal hem
ijn geld. De koopman lkns, die een zeer ge-
goed man geweest was, werd arm. Nu ging
lij, bij zijne fladgenoten, in dagloon werken,
om zich en zijn huisgezin het noodige onderhoud
te bezorgen.
2. Wie veel kalt, dien veel ontvalt.
Jan kon , als hij met iemand in gezelfchap
kwam, volftrekt geen oogenblik den mond hou-
den. Hij praatte over alles, wat hem maar in
den zin kwam. Moest hij nu niet veel zeggen,
dat hij niet behoorlijk overdacht had?
3. De heler is zoo goed als de Heler»
Hendrik en klaas klommen zamen in eenen
tuin, om eenen fchoonen appelboom te plunde-
ren. Kristoffel moest buiten voor den tuin
bUjven fchildwacht houden, om terftond een tec-
ken te geven, wanneer de eigenaar van den tuin
er misfchien op toe mogt komen; en, daar zij
de geftolene appelen niet wisten te bergen, zoo
hadden zij andries overgehaald, om dezelven
voor hen te bewaren. De diefftal werd ontdekt,
cn wie werd nu geftraft?
V 4. De appel valt niet ver van den ftam, of,
zoö als de ouden zongen, piepten de jongen.
E 4 Han.