Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
11. A A D S E L Si JJ
' 35. Dc zon ko'okt het, de hand bree^f:h'et",-
de voet treedt het, de mond geniet het.
36. Rnad een« Ichielljk — WiU is bij den maal*
tijd het onontbeerlijk (Ie.
, 37. Ik ben van een dier. Dikwijls voadt g'j
u van inij. Doch als ik van zelf verteer, licht
ik u in het donkere voor.
38. Loop ik nu eens'hier henen, dan eens
daar henen, 200 doe ik mijn pligt. Doch als
ik regt op mijne plaats ben, doe ik denzelven
waarlijk niet.
39. Ik fpreek zonder tong;
Ik fchrecuw zonder long;
Ik i)eem deel aan vreugd cn fmart.
En heb evenwel geen hart.
40. Ik dien in dc keuken, en in dc kerk. Als
ik adem, verheffen zich ftemmen, cn de vhm
ftijgt hoog op.
41. Ik draag het vel van mccnigerlci dieren.
Ben kort_ of lang , groot of kleen. Als het
vriest, ben ik zeer gezocht, maar in den zomer
dikwijls oen prooi der motten,
42. Bij dage.heb ik niets te doen. Men laat
mij in een of anderen hoek rusten. Maar naauw-
Juiks breekt de nacht aan-, of ik flok vuur cn
iivlam in. .
43. Ik bouw, zonder handen of voeten, mijn
eigen huis. Evenwel neem ik daar niemand in,
D ' en