Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
4<ï kleene vertellingen,
Wat denkt gij nu van deze gerchiedenis?
65. Een oud blind man had zich een kleenen
fchat van vijflionderd guldens verzameld. Daar
hij denzelven, uit hoofde van zijne blindheid,
niet Wel beWaren kon, begroef hij hem op ze-
keren dag, waar op hij dacht, dat niemand het
Zag, in zijn tuin, onder een boom. Ongeluk-
kig had intusfchen zijn diefachtige nabuur dit
gezien. Deze kwam des nachts, en nam het
geld weg. Toen de blinde man, na eenigen tijd,
zijn fchat eens wederom opzocht, was dezelve
nergens te vinden. Toen viel zijn vermoeden
terftond op den buurman, Wien hij reeds als een
bedrieglijk en flechr mensch kende. Maar wat
zou hij nu aanvangen, om zijn geld terug te krij-
gen? Bij den Regter kon hij zijnen buurman niet
verklagen; want hij was' immers niet in ftaat,
om den diefftal te bewijzen. Zegt eens. Wat
zoudt gij hebben gedaan?
De blinde ging, na verloop Van eenigen tijd,
bij zijnen buurman. „ Buür!" zeide hij, „ ik
„ moet u iets ontdekken, dat ik nog aan geen
„ mensch gezegd Leb. Ik heb mij een kleenen
„ fchat van duizend guldens verzameld. De
„ helft daarvan heb ik op eene veilige plaats
„ gebragt. Ik wil intusfchen niet geern zeg-
„ gen, waar? Geef mij nu eens raad , waar
„ ik de andere helft brengen zal? Wat rekent
f> sS