Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
VEHO^^ T SC;TULDTG lïSrOEN*
„ hoe kunt gi] dat aanradeu? Men moet m.iTicrs
5, niet (lechts braaf handelen wanneer dit ge-
„ maklijk valt. Zelfs in den grootften nood
moet men niets kwaads doen. Ik zou dan
35 toch nooit een goed geweten hebben, en voor
5, God en menfchen vreezen. — Neen ! liever
,5 willen wij onzen Heer zeggen, dat hij ons,
55 op rekening van onzen arbeidsloon, een fche-
„ pel koren geve. " Dit zeide zij hem; maar
liet was een hardvochtig mensch. Daarmede
,, kan ik mij niet inlaten," andwoordde hij
hen; ,, verdient eerst het koren , dan zult gij
3, het hebben."
De winter werd al (trenger en ftrenger; en dc
nood werd, in het huis der beide broed.TS, al
grooter en grooter. Zoo meenigmaal zij eenigen.
dorsch-loon omvingen, waren de lieden er ook
reeds bij, aan wien zij geld fchuldig waren, en
namen den loon voor hunne pretenfien weg;
zoo dat' dc arme dorfchers geen raad meer wis-,
ten, hoe zij, met hunne kinderen, door den
winter komen zouden.
Toen ving de een^ broeder wederom aan, om
den anderen tot korcndievcrij over te halen. De
harde en onbarmhartige man, meende hij, dwong
iemand immers wel tot dieverij; en zij konden
hunne kinderen evenwel niet laten verhongeren.
„ Neen!"