Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 KI. EENE VERTELLINGEN.
waren, en g^f aan elk van het gezin, . onder
wonderlijke gebaren, en met onverflaanbaré. woor-
den, een van die ftroohalmen, om denzelven in
de hoogte te houden. „ Thands," zeide hij,
„ zal de dief welhaast aan den dag komen. Ik
zal eenige minuten henen gaan; en wiens ftroo-
halm dan, als ik wederkom, een duim langer
„ is, dan die der anderen, die heeft den le-
pel." Toen hij wederkwam, bekeek hij de
gezamenlijke ftroohalmen , cn bevond , dat die
van den knecht hans een duim korter was, dan
die der overigen. ,, Hans!" zeide hij, „ gij
5, hebt den lepel!"- Hans verfchrikte, en be-
kende zijne booze daad. Hoe kon nu de man
daaruit, dat de ftroohalm van hans zoo veel
korter was, weten, dat hans juist dc dief was?
63. Een Turksch Koopman reisde met eenen
Kameeldrijver, wien hij voor zich had afge-
huurd, om zijne waren, op kemels, door eene
woefrijn te voeren. De Kameeldrijver, die een
Iterk , maar flccht, mensch Avas , greep den
Koopman aan, ontkleedde hem, en dwong hem,
om de flcchte klecderen, welken hij zelf afleide,
aan te trekken, en dc kemels te drijven. „ Nu^"
zeide hij, „ zijn liet mijne koopwaren, ben ik
„ de Heer, en zijt gij Kameeldrijver."
De Koopman bedreigde het mensch , dat hij
hem verklagen zou, zoo haast zij in de naaste
ftad