Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 KI. EENE VERTELLINGEN.
kwam ten beftemden tijde in een eenvoudig ge-
waad. De deurwachter, die fteeds enkel prach-
tig gekleedde lieden bij zijnen Heer had zien ko-
men, wilde hem niet binnen laten, fchoon hij
verzekerde, dat hij te gast genoodigd was. Ter-
wijl nu de vreemde nog met den deurwachter
aan den gang was, kwam de Heer des huizes
daarbij. „ Wat!" zeide hij, „ gij wilt john-
„ soN zijn? en gij ziet er uit, als of gij tegen
„ geen gans ba zeggen kunt." „ Ba!'''' zeide
johnson. Uit dit enkele zeggen herkende de
Heer hem voor den genoodigden perfoon , en
bad hem met veel beleefdheid, om binnen te
komen.
59. Zeker mensch aan eens Konings hof had
een voornaam Heer beleedigd, die hem deswege
dreigde over hoop te fteken. „ Gij behoeft niet
„ voor hem te vreezen," zeide de Koning tot
dien mensch; „ want, als hij u vermoordt, zal
5, hi,i, den volgenden dag, worden opgehan-
„ gen." — ,, Ik had evenwel liever," and-
woordde de gezegde perfoon daarop, ,, dat hij
„ den vorigen dag opgehangen wierd."
60. Een afgedankt oud foldaat kwam eens ■
tot zijnen Koning, en bad hem om een Jaar|;eld.
„ Heer!" zeide hij tot hem, „ ik kan mij nu
„ welhaast niet langer tegen den honger verwe-
„ ren." — „ Zoo erg fchijnt het mij evenwel
„ niet