Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
matigheid, ENZ. 3t^^
wijf werklijk zeer lastig. Brommende, en mor-
rende , zoo als hij zijn werk verrigtte, at laij
ook zijn middag- en avond-eten. „ Ach!*'
was het, ,, hebt gij dan eeuwig en altoos aard-»
„ appelen?" of: „ Ik zal mij aan liam de koorts
„ nog op het lijf moeten eten; " of: „ Had ik
5, in mijn leven flechts eenmaal goed bier!"
Zoo veitoonde zijne onvergenocgdheid zich overaL
,, Hans !" zeide eenmaal een zijner oude febooU
makkers tot hem, ,, gij fl:elt toch ordelijk alles
„ in het werk, om uw eigen leven voor h las-
,, tig te maken, doordien u in de wereld niets
„ voldoet. — Wat ontbreekt u toch? Gij hebt
5, immers alles, wat uw hart begeren kan; en
,, nogtliands bromt en klaagt gij altijd. Zie mij
„ toch eens aan. Ik heb niet half zoo veel alk
„ gij, cn ben fteeds vergenoegd." — ,, Ja,'*
andwoordde uans, ,, ik begrijp ook niet, waarotrt
fl, gij het zijt. Het is toch een erbarmlijjc le^
„ ven, dat men leidt."
„ Ach! hoe wel hebben die lieden het toeh!"
zeide hans , toen lüj eens een welgegoed maa
ran eenig aanzien in de ftad zag. Hij verbeeld-
de zich, dat die lieden niets anders te doen had-
den, dan te eten, te drinken, en zoo wat om
te drentelen; en als men flechts geld had, dacht
hij, dan kon men hct. even zoo goed hebben.
Hatïs had van een neef, dien hij naauwlijki-
ge-