Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
MATIHHCID) ENZ. 3II
« zeggen moesten. — „ Moeder zeide immers al-
„ tijd, dat die I^ost geheel gezond was. " —
„ Nu, het is ook niet uit hoofde van derzefver
,, ongezondheid, dat ik u onthouding daar van
„ verg," andwoordde de Heer loman ; ,, maar
^ ik doe zulks, op dat gij aanv>angen moogt,
„ om dingen, welken gij geern hebben zoudt,
„ te keren ontberen, zonder dat gij u deswege
„ juist voor zeer ongelukkig houdt. "
„ Maar waarom moet men dat toch leeren?"
vroegen de kinderen al verder. ,, Om dat gij het
„ in de wereld dikwijls noodig hebben zult,"
andwoordde de vader. „ Onder duizend wen-
„ fchen, die men voedt, kan dikwijls niet een
„ eenige vervuld worden. Heeft men dan niet
„ leeren ontberen, zoo denkt men, dat men on-
„ gelukkig is, en is men nedergedagcn cn bC"
„ droefd."
De kinderen meenden, dat vader dit vast zoo
maar zeide — zoo dikwijls zou men immers vast
die kunst niet noodig hebben. — „ Niet?" fprak
de vader; „ wie was onlangs zoo treurig, eu
,, den geheelen dag door zoo misnoegd, toen
„ wij niet naar Rijndal rijden konden, zoo als
„ wij eerst voorgenomen hadden,' cn toen ik,
„ op den morgen van den beftemden dag, door
,, eene tusfchen beiden komende bezigheid
„ weerhouden werd? He! Wie kon dan toen,
V 4 „ d€n