Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
TROTiCHHïIÖ, KNZ. OSJ
„ liebben kan. Wanneer gij zoo wilt, als ik,
„ dan fpannen wij onze paarden voor de wagens,
„ en halen hem, kort en goed, zijn hooi te
„ huis; en dit oogenbliklijk, want als wij tot
„ den dag van morgen wachten, dan heeft h'^
„ geen aasje van al dat hooi meer overig."
„ Ik doe'mee!" riep een der-boeren. ,, Ik
„ ook ! " zeide een ander. ,, Onze paarden
„ hebben immers juist niets te doen," fprak een
derde. Kortom , de boeren fpanden al hunne
paarden in, en reden naar het weidland.
Hoe venvonderde zich Mijnheer boonveld,
toen de boeren op het groote grasveld, dat voor
zijn huis was, met tien wagens vol hooi (til
hielden, die aldaar allen ontladen werden. ,, Waar
,, haalt gy toch dat hooi. van daan? mannen! "
vroeg hij; maar geenszins op zulken barfchen en
ruwen toon , als waarop hij voorheen wel ge-
fproken had. „ Dat is uw hooi, Mijnheer
„ boonveld!" andwoordde hem een boer. ,, Wij
„ willen heden den ganfchen dag onze paarden
„ er aan wagen, om uw meeste hooi te redden.
„ Ziet gij," voegde de boer daarbij, „ wan-
„ neer gij ons ook meenigmaal flecht bejegend
„ hebt, zoo...." — „ Foei! kasper ! zwijg
,, toch daarvan!" riep hierop de boer, die de
anderen het eerfte aangemaand had, om het hooi
te halen.
Mijr»
J