Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
KLEENE VERT ELLIN GEN, 31
aan een zeer behoeftig man. „ Ach!" zeide
hij, „ als men mij vraagt, waarvan ik fterf? dan
„ moet ik andvvoorden: van honger!"
45. Iemand wilde zich eens, op eerte gevaarlij-
ke plaats, over eene rivier' laten zetten, en er
was flechts een enkele ligte en wankele boot,
bij de hand, öm daarmede over te fteken. Hij
vroeg: wie kan varen en zwemmen?" Ver-
fcheidene VisfcherS, die zich daar bevonden,
zeiden allen, dat zij op beide dingen afgerigt wa*
ren. Maar een visfcher zweeg ftil. „ Waarom
„ zegt gij toch niets?" Vroeg hem de man<
j. Om dat ik enkel varen , en niet zwemmetj
„ kan," andwoordde die visfcher; en daarop
voegde hem de vreemde toe J ,, Gij zijt mijn
„ man! gij zult mij ovei'zetten!"
46. Zeker iemand had eens een paar fchoènen
op zekere plaats laten ftaan. Toen hij nu einde-
lijk eens daar naar keek, en ze wilde aantrekken,
waren zij meerendeels opgevreten. „ Welk een
,, wonder!" riep hij; „ de muizen hebben mij»
„ ne fchoenen opgevreten!" „ Oneen," zeide-
een ander, „ dat is geen wonder; maar het zou
,, een wonder zijn, als uwe fchoenen de muwen
„ opgevreten hadden."
. 47. Een voornaam Heer deed eens zijne intfedtf
in eene ftad, en had daarbij een groot:aantaïtoe-
kijkers, Een der Heeren, die hem verzeJdeil,
C 3 ' misjt"