Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
KLEENE VERT ELLIN GEN, 31
zien, en hem dan berigt te brengen, hoe het met
het fchip ftond. Eenmaal kwam de knecht al
fidderende terug. „ O mijn Heer!" riep hij,
„ wij zijn verloren! De matrozen vloeken aller-
„ ontzaglijkst!" — ,, God dank, dat zij vloe-
„ ken," andwoordde de Heer. „ Dan hoop ik
5, zal alles nog al wel gaan."
39. Een reiziger kwam in eene koopftad , waar
men vele fmulpartijen hield. Daar hij in die flad
vele vrienden had, zoo ging hij bijkans daag-
lijks te gast. — Hij meldde aan een zijner vrien-
den in zijn vaderland, hoe hij het in die ftad
had. In den brief, welken hij dien vriend des-
wege zond, fchreef hij: „ Als ik hier nog lang
„ leef, zal ik fpoedig derven."
40. Na een langen en bloedigen oorlog, waar
door vele menfchen arm, en velen weduwen en
weezen geworden waren, kwamen al de genen
op, die van den Vorst des lands geld te vorde-
ren hadden. Onder anderen meldden zich ook
de zangers en muzikanten zijner hof-kapel bij
hem aan, om hunne achterftallige bezoldingen
te verwerven: maar zij ontvingen van den Vorst
ten andwoord: „ Gij, die fpeelt en zingt, moet
„ wachten, tot dat zij, die weenen, afbetaald zijn."
41. In zeker gezelfchap verhaalde eens iemand
iets ongelooflijks, dat hij zeide gezien te hebben.
,, Mijn Heer!" voegde hem hierop iemand uit
I. DEEL. C het