Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
JBGENS OUDER Sy ENZ.
[f7, „ wel foei! wie zou dien ouden riem in ^
den mond nemen , welken gij reeds overal -
; hebt rondgelleept? " Antonie beweerde, dat •
e teugel in den mond moest, want dat het im-
lers met de paarden zoo ging. Lijsje meen- i
e, dat het in het gelieel niet noodig was, dat
ij den riem in den mond nam, en dat hij zeer
vel om haar lijf kon worden vast gemaakt, daar
ij toch geen werklijk paard was. Geen van '
leiden gaf toe, en van h^ fpel werd niets. Elk
peelde wederom op zich zeiven. Antonie haal- -
e zijnen fliond, en zijne paarden, en foldaten,
ïlSjE hare poppenharen fpiegel, en hare lin-
èn; maar zij verma^^kten zich heel weinig daar-^
hède,
liet werd middag. „ Wilt gij niet eten? " vroeg •
un vader, die naar hen toetrad. — De kinderen
erheugden zich, dat men' aan tafel ging, eii
ergaten alle misnoegen.
O welke heerlijke geregten had hunne moeder
ien dag doen opdisfchen. ■ Er was juist een
reenulling daar, wien hun vader zeer in waarde
ield. Daar Honden koeken, taarten, ooft, en-
oor elk een wijnglas.
„ Kinderen!" fprak hun vader, „ zoo ik n
heden iets te bevelen had, zoudt gij geen wijn
mogen drinken , en van al het gebak niets
5 eten, dan een weinig van deze koeken. In-
P 3 ,, tus.