Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 25,26
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206275
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
afts oehookzaamhexd
floeg tien uren; er waren van den ganfchen voor—
iniddag nog flechts twee uren overig.
„ Kom, " zeide antonie eindelijlt tot lijsje -
,,, wij willen blindemannetje fpelen. Gij zult de,
,, blindeman zijn! " — „Ja," andwoordde lijs-
je verdrietig, „ op dat gy mij wederom een
„ ftoel in den weg ftelt, zoo als onlangs, toeii:
•„ ik mijn hoofd bijkans te pletteren liep. — Gi
•„ moet heden blindeman zijn."
Antonie wilde geen blindeman zijn, en ltjsje
.wilde het niet zijn. De kinderen werden het oj
-nieuw oneens, en ftonden wederom elk in eer
,;hoek. Antonie fluitte, lijsje zong trallerala.
Antonie haalde paard en zweep, lijsje han
,-pop. — Dat op zich zelven fpelen werd voo:
de kinderen welhaast onverdraaglijk. Antonii
'.wierp zijne zweep weg, en plaatste zijn paare
,..in een hoek van de kamer. Lijsje vergat he.
-praten met hare pop.
„ Kom, lieve Antonie!" ving lijsje aan
ik wil uw paard zijn." — „Ha! ha!" ric]
antonie, ,, dat is kostlijk," en hij zocht zijn
zweep wederom op. „ Kijk," zeide hij tot zij
ne zuster, ,, hier heb ik eenen langen riem
,, dat moet de teugel zijn. Dien teugel neem
gij in den mond,' en ik beftuur u daarme
de." — „ In den mond," andwoordde lijs